Preek
Gemeente van Christus,
Niets zo ongrijpbaar als dat ene woordje
dat tegenwoordig zo veelvuldig gebruikt wordt:
“crisis”.
Crisis die ontstaan is,
crisis die men zich in het hoofd haalt,
crisis die men elkaar aanpraat.
Crisis, het komt nogal bedreigend over.
Juist omdat wij er wel mee te maken hebben
zonder er echt een wending aan te kunnen geven,
kan veelvuldig gebruik ook verlammend werken.
Een crisis is een moment
dat het er helemaal op aankomt,
‘t kan vriezen, ‘t kan dooien,
erop of eronder!
Wat het ook wordt,
het kan verstrekkende consequenties hebben.
Een crisis brengt de grote dingen die stagneren,
samen in je ene kleine bewustzijn
en dan weet je, dan voel je
dat er iets te gebeuren staat:
met onherroepelijk fatale afloop …
of met wonderbaarlijk nieuwe uitkomst!
De levensfase kan het zijn:
puberteit bijvoorbeeld!
Jaren van licht ontvlambaar zijn;
kleine persoonlijke crisis die steeds op de loer ligt.
Overgang niet te vergeten:
“is dit nou alles, wat het leven mij te bieden heeft
of mag het toch nog ietsje meer zijn!”
Gebeurtenissen kunnen het zijn:
Je kunt zo getroffen zijn door tegenslag,
door verlies van geliefde mensen,
dat het aanvoelt als: crisis,
zo’n verwarring kan het stichten.
De economie kan in crisis verkeren:
Wat zal het worden,
komen we eruit met goed fatsoen
of neemt de verwarring verder toe.
Politieke partijen beleggen congressen;
daarmee worden bedoelingen en aspiraties opgepimpt
maar eigenlijke kwesties niet zomaar opgelost.
Ook de kerk blijft niet vrij van crisismomenten,
ze is een menselijk feilbaar instituut.
Crisis is de situatie,
dat je wachten moet op het verlossende woord.
Soms in letterlijke zin,
dat iemand ergens het woord tot je richt
en omdat je tot iets nieuws kunt dienen.
Keer je om, kom tot inkeer,
zegt Jezus aanhakend bij wat Johannes de Doper
al had gepreekt tot mensen van Judese snit.
Zij wilden wel eens zien wie die Johannes was,
die met volle overtuiging zei
dat men zich moet bekeren,
dat men z’n leven radicaal veranderen moet.
Ja, het kan heel vruchtbaar zijn, heel nuttig,
zo’n crisis.
Het oude kan voorbij gaan, het nieuwe zal beginnen!
Als je er dan zelf maar in gelooft!
Als Johannes is overgeleverd in gevangenschap,
zo zegt Marcus,
blijft Jezus niet langer daar in Judea,
maar gaat naar Galilea.
De omgeving van Jeruzalem
en van de mensen van de wet,
die allemaal alles akelig goed weten.
Dat gaapt hem als een crisissituatie aan.
Hier loopt het spaak, hier kan het zo niet verder,
juist omdat de mensen van zichzelf uit menen,
dat er helemaal niets mis is,
met hun tempel en hun godgewijde leven.
Jezus gaat naar Galilea,
ook wel Galilea van de heidenen genoemd
door de mensen met de grote vrome mond.
Jezus gaat naar waar Hij vandaan was,
Nazareth, het grote meer, de kleine zee,
de rijkdom aan vis, die er zomaar voor het vangen is.
Hoe het met de goddelijke wetten zit
maakt daar niet uit:
rijke visvangst is pure genade,
het visrijke water
is de onuitputtelijke bron van Gods goedheid.
Bij dit alles komen nu de eerste woorden van Jezus
die in het evangelie klinken,
tot hun bestemming,
het zijn woorden voorbij Jeruzalem,
voorbij de crisis van wettisch geloof
en vaststaande tempel.
Deze allereerste woorden nemen ons mee,
uit de crisis vandaan:
“De tijd is aangebroken,
Het Gods koninklijke heerschappij is op handen!
Keer je daar naar toe, Stel je hierop in,
geloof het met hart en ziel, dit evangelie!
Jezus gaat de crisis van zijn tijd voorbij,
Hij sluit aan bij Johannes,
zoals Johannes aansloot bij voorgaande profeten.
Samen vormen zij het machtig koor
van stemmen in crisistijd,
die zeggen: God is koning.
Hij is de enig ware,
hij steunt niet op macht zoals aardse koningen,
maar bedient zich van zijn mensen,
Mozes en de profeten en Jezus in hun spoor.
Die wagen zich temidden van het leven
van de mensen van alledag
en zijn bereid daarin volledig te delen,
in lief en leed, op leven en dood.
Zo komt hij nu bij het meer van Galilea aan.
Alleen met dit levensgeheim,
dat te groot is om bij een mens alleen te blijven.
Het zal mét het evangelie mee onthuld moeten worden,
te beginnen in Galilea
en daar per slot van rekening ook eindigen.
“Hij gaat je voor naar Galilea”,
luidt de boodschap in de graftombe,
waar de vrouwen die hem zoeken, hem niet vinden.
In Galilea dus,
bij de minder-geachten, de mensen van simpel allooi,
daar kiest Jezus nu zijn helpers.
Ooit was het zo gegaan met de eerste profeet,
met Samuel, dat kleine jong
dat niet in tel was,
dat geen benul van roeping had,
dat weerloos was tegen welke kwade praktijken dan ook.
De oude priester bij wie hij diende
moest het hem zeggen.
“de stem die jouw naam roept is de stem van God,
antwoord dan dat jij, zijn knecht, dat jij luistert,
dat je met je leven doet
wat Hij met zijn woorden uitspreekt.
Mensen van simpel allooi dus,
die Galileers, dat vissersvolk,
dat de wet van de tempel niet kent,
maar wel de golfslag van de zee,
en de lange doorwaakte nachten,
en steeds weer de hoop op een goede vangst.
Zij kennen wel, net als tollenaars en hoeren,
de hartslag van het leven,
erop of eronder, op leven en dood.
Hij kijkt en ziet ze aan het werk,
in het water met de netten om te vangen!
Hij ziet ze bij hun naam
en zegt vervolgens: Kom, volg mij!
Ik zal jullie tot vissers van mensen maken!
Ze laten hun netten achter en volgen hem!
Nou, dat is nog wel te doen,
zo fijn is het nou ook weer niet,
dat geknoei en getrek met die netten in het water,
als je slechts je netten achterlaat.. Dat valt mee.
Maar dan iets verderop, waar hij weer anderen ziet:
Jacobus, en zijn broer Johannes,
hij zag ze bezig in hun boot, met de netten.
Ook hen roept hij nu,
en zij laten werkelijk alles achter:
hun vader, hun medewerkers, hun boot,
ook zij gaan achter Hem aan.
‘t is dat ze vissers blijven,
anders zou dat toch niet kunnen,
‘t Is dat er iets voor in de plaats komt,
Vissers van mensen te worden,
Mensen door Jezus op nieuw spoor gezet,
de crisis voorbij gebracht,
Hij heeft hen aangezien en aangesproken,
zij zullen nu op hun beurt
de mensen van hun streek aanzien
en tot hen spreken van hoe Jezus hen benaderde.
Hij keek ……en zij waren er.
Hij sprak …..en zij gingen met mee.
In de mist van die tijd en plaats
loste de crisis geruisloos op
en daagde het besef: God regeert,
zijn koninkrijk komt hier en nu!
Amen
Bijbellezingen
- 1 Samuel 1:1 - 10
- Marcus - 1:20
Recente reacties