Preek
Veel vaker dan alleen dit jaar
hebben we de week na kerst stilgestaan
bij de bijbelteksten die we straks gaan lezen.
In het bijbelboek Numeri gaat het over de zegen,
die Aaron en zijn collega-priesters op het volk moeten leggen.
Zo staat dat er letterlijk: de zegen opleggen, plaatsen.
Vandaar dus het gebaar van de handoplegging.
Zo wordt de zegen die onzichtbaar is
met de zichtbare handoplegging in beeld gebracht.
Ook wordt tenslotte letterlijk gesproken
van het opleggen van de naam van God.
Als de priester de mensen de naam van God oplegt,
zegt de tekst letterlijk,
dan zal Ik -zo spreekt God Mozes toe-
dan zal Ik de Israëlieten zegenen.
Mensen worden niet in de eerste plaats gezegend
met geld of goed, of kinderen of wat of wie dan ook,
maar met de Naam van de Heer.
Die gaat boven alles uit,
van wie je was, die je bent, die je hoopt te worden.
De naam van de Heer,
is daarom geen kwestie van leuk gebaar;
baat het niet, het schaadt ook niet
Maar deze Naam
die staat precies voor zijn programma,
die is de levensader van de loop van onze dagen
en de dingen die we doen en laten,
waar het maar om òns programma gaat.
God lief te hebben boven alles,
en de naaste als onszelf.
Dat is met het godsprogram gegeven.
Dat moet de loop van het komende jaar markeren en begrenzen.
Tot dit diepere inzicht over identiteit en naam
komt de bekende dichteres, Neeltje Maria Min
Mijn moeder is mijn naam vergeten.
Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
Laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.
Bij de besnijdenis van Jezus op de achtste dag van zijn geboorte,
wordt natuurlijk zijn naam uitgeroepen.
Dat moet met grote overtuigingskracht gebeurd zijn,
Jezus nog aan toe: Zijn Naam luidt dat hij reddend optreedt!
Via zijn naam wordt hij direct als kind al bepaald bij zijn programma.
Er waren in die tijd meer jongens die Jezus werden genoemd,
maar deze is wel de bijzondere, laat Lucas weten.
want zijn naam werd door de engel van te voren al aangekondigd.
Zijn naam gonsde al eerder rond dan het beginpunt van zijn leven.
Er is dus een engel aan te pas gekomen,
die Jezus zijn naam heeft opgelegd,
een priesterlijke engel, de Gabriël.
En toen Hij besneden werd,
was dit de ten uitvoerlegging,
door zijn ouders naar joods gebruik.
Jezus is de Naam,
hem door de God zelf opgelegd,
reddend zal Hij ons verschijnen,
alle komende dagen weer opnieuw!
Bijbellezingen
- Numeri 6:22 - 27
Recente reacties